FAQ

Veelgestelde vragen


Twijfel je of Own the Stage iets voor jou is? Vind je het lastig te bepalen welke training het best bij je past? Op deze pagina vind je antwoorden op de vragen die me het meest gesteld worden.

Staat je vraag er niet bij? 
Bel of mail me, ik denk graag met je mee.

Wat leer ik tijdens een training?

Tijdens mijn trainingen leer je om je verhaal helder, gestructureerd en met zelfvertrouwen over te brengen op je publiek. De focus ligt op:

▪ De boodschap van je verhaal. Wat wil je precies overbrengen en wat is daar de juiste opbouw voor?

▪ Omgaan met zenuwen.

▪ Stemgebruik en lichaamstaal.

▪ Het effectief inzetten van ondersteunende middelen.

Voor wie zijn deze trainingen geschikt?

Mijn trainingen zijn gericht op professionals, studenten, creatieven, leidinggevenden en experts die hun impact als spreker naar een hoger niveau willen tillen.
In de praktijk zijn dit bijvoorbeeld:

▪ Bestuurders die zich voorbereiden op een presentatie aan de raad van bestuur of een update aan investeerders.

▪ Vakspecialisten die complexe materie moeten uitleggen aan een publiek zonder vakkennis.

▪ Leidinggevenden die verandering willen doorvoeren of lastig nieuws moeten overbrengen aan hun team.

▪ Professionals die zich voorbereiden op een keynote speech of pitch.

 Wat kost een training?

[Aan te vullen door Xander]​

Hoelang duurt een training?

Dat hangt af van je doel. Bij de individuele training op maat is één intensieve sessie soms genoeg om een speech te perfectioneren. Ben je op zoek naar een diepere transformatie in je spreekstijl, dan is een traject van meerdere sessies aan te raden.

Een basistraining, zowel open inschrijving als in-company, duurt in principe twee volle dagen van 9:30 tot 17:00. Maar een in-company trainingen kan ik ook afstemmen op de behoefte van jullie organisatie. Soms is één dag voldoende, soms werken meerdere sessies verdeeld over meerdere dagen beter.

Kan ik ook online een training volgen?

Ja, dat kan voor de individuele training op maat. Omdat ik ook vaak werk met met mensen in het buitenland heb ik hier veel ervaring mee. Het is ook mogelijk om een combinatie te maken van online en live. Als je contact met mij opneemt kunnen we bespreken wat voor jou het beste werkt.

Kan ik tijdens een training fouten maken?

Absoluut. Sterker nog, ‘fouten’ maken is een belangrijk onderdeel van het leerproces. Om een veilige sfeer te kunnen waarborgen werk ik zowel in de basistraining open inschrijving als bij de basistraining in-company bewust met kleine groepen. 

▪ Hierdoor kent iedereen elkaar snel en is er maximale persoonlijke aandacht.  

▪ Ik vel geen oordeel, maar focus op wat voor jou werkt. Repeteren, zoals in het theater (dingen uittesten met vallen en opstaan) is een belangrijk onderdeel van de trainingen.

▪ Ik werk vanuit respect voor jouw authenticiteit. Ik leer je geen trucjes, of een ‘rol’ aan te nemen. Mijn methode is erop gericht je te leren overtuigen vanuit wie jij bent. 

Door deze opzet maakt spanning bij deelnemers al snel plaats voor controle, plezier en vertrouwen.

Over presenteren

Waarom vind ik presenteren moeilijk, terwijl het anderen makkelijk lijkt af te gaan?

Presenteren ís moeilijk. Je plaats jezelf bewust in een situatie die je brein als ‘bedreigend’ ziet. Je staat buiten de groep en je kunt de reacties van het publiek niet volledig controleren. De gedachte om stil te vallen, uitgelachen te worden of op een andere manier af te gaan voelt als bedreiging voor je sociale status. Geen wonder dus dat je hartslag omhooggaat, je benen trillen en je een droge mond krijgt.

Geen zorgen, hoewel jij denkt dat je publiek iedere hapering of zweetdruppel opmerkt, hebben luisteraars dit in werkelijkheid nauwelijks door. Spanning is heel normaal en je publiek weet dat ook. Toehoorders willen over het algemeen juist dat je slaagt.

Presenteren is een vaardigheid die je moet trainen. Wat er moeiteloos uitziet, is altijd het resultaat van een goede voorbereiding: een goed opgebouwd verhaal, doordachte pauzes en oefenen, oefenen, oefenen.

Weten hoe je dat doet? Boek een training. (= link naar ownthestage.nl/training)

Hoe ga ik om met zenuwen tijdens het presenteren?

Zenuwen tijdens het presenteren zijn heel normaal. Zodra je voor een groep staat en alle ogen op jou gericht zijn, ziet je brein dit onbewust als een bedreigende situatie. Je hartslag stijgt, je ademhaling schiet omhoog en je spieren spannen aan. Zonder de juiste techniek om die spanning te sturen, blokkeert dit je natuurlijke spreekritme. Daarom besteden we tijdens trainingen aandacht aan de volgende technieken:

▪ Stuur je ademhaling en stem. Zenuwen zorgen ervoor dat je hoog in je borst ademhaalt. Dat zorgt voor een gejaagd gevoel. We oefenen hoe je je adem bewust omlaag naar je buik brengt en ik leer je stiltes te durven laten vallen om je spreekritme te vertragen.

▪ Neem bewust ruimte in. Spanning maakt je fysiek klein. Gebruik je lichaamstaal om een krachtige houding aan te nemen op het podium. Door stevig te gaan staan, geef je je brein het signaal dat je veilig bent.

▪ Richt je aandacht niet op jezelf (‘Wat vinden ze van mij?’), maar op je publiek. Krijg inzicht in wat zij nodig hebben en maak echt contact met de mensen voor je. Zo verleg je de focus van presteren naar communiceren.

▪ Zorg voor een ijzersterke opbouw van je presentatie. Als je voorbereiding staat als een huis en je precies weet wat het publiek moet onthouden, geeft dat enorme mentale rust.

En tot slot gaan we vlieguren maken in een veilige omgeving. Veel repeteren en uitproberen haalt de scherpe randjes van de spanning af. Hoe vaker je ervaart dat uitproberen mag, hoe sneller spanning plaatsmaakt voor plezier en zelfvertrouwen op het podium.

Waar moet ik beginnen als ik een presentatie ga maken?

Begin altijd bij je boodschap, niet bij je slides. Bepaal eerst wat je publiek moet onthouden en bouw je presentatie daaromheen op. In de praktijk betekent dat:

▪ Schrijf je kernboodschap op en doe dit in één zin.

▪ Bepaal wat je publiek na afloop moet onthouden/doen/voelen.

▪ Werk de opbouw van je presentatie uit in platte tekst (nog niet in slides). De structuur van je verhaal moet helder zijn voordat je deze kunt uitwerken in slides.

▪ Beperk jezelf tot drie ondersteunende punten die je kernboodschap versterken, meer punten onthouden mensen niet.

▪ Maak als laatste de slides. Deze fungeren als illustratie van de opbouw van je verhaal, niet als de opbouw zelf.

Zijn er regels voor het vertellen van een goed verhaal?

Ja. Elk goed verhaal heeft een duidelijke opbouw: een beginsituatie, een spanningsmoment en een oplossing. Deze structuur werkt net zo goed in een boardroom als op een podium. Je bouwt deze structuur op in vijf stappen:

  1. Beginsituatie: schets de normale situatie. Wat is er aan de hand, wat staat er op het spel?
  2. Spanningsmoment: introduceer het probleem, obstakel of keerpunt dat de normale situatie verstoort.
  3. Oplossing: laat concreet zien wat er moet veranderen en wat dit voor je publiek betekent.
  4. Houd het relevant: schrap elk detail dat niet bijdraagt aan het spanningsmoment of de oplossing.
  5. Benoem de kernboodschap expliciet aan het einde van je presentatie; ga er niet vanuit dat het publiek dezelfde conclusie trekt als jij.
Is mijn presentatie hetzelfde als mijn slides?

Nee, al denken veel mensen van wel. Je presentatie is het verhaal dat je overbrengt; je slides fungeren slechts als ondersteunend materiaal voor dat verhaal. Gebruik slides uitsluitend voor beeld, data of diagrammen, niet voor tekst die je hardop gaat voorlezen.

Je kunt het zo zien: een goed verhaal, met een duidelijke kernboodschap en een heldere opbouw, zou zelfs zonder slides kunnen.

Hoe presenteer ik iets in heel korte tijd?

Begin altijd met je conclusie, niet met de weg ernaartoe. Onder tijdsdruk werkt de structuur boodschap-bewijs-actie beter dan een klassieke opbouw, waarbij de conclusie pas aan het einde tot de kern komt.

Stel, je hebt maar 3 minuten de tijd om je boodschap voor het voetlicht te brengen. Pas dan de volgende technieken toe:

▪ Open met je conclusie of aanbeveling, en gebruik de resterende tijd om die te onderbouwen.

▪ Stel jezelf bij elk punt de vraag ‘en dus?’ en schrap alles wat geen antwoord geeft op deze vraag.

▪ Gebruik één illustratief voorbeeld in plaats van meerdere; één blijft hangen, drie voelt gehaast.

Sla achtergrond en context over tenzij er specifiek naar wordt gevraagd; ga ervan uit dat een publiek dat met hoge tijdsdruk te maken heeft wil dat je je punt maakt.

Hoe ga ik om met lastige vragen uit het publiek?

Neem altijd een moment om na te denken voordat je antwoordt. Wees niet bang dat je publiek hierdoor denkt dat je het antwoord op de vraag niet weet, een korte stilte komt juist doordacht over. Doorloop daarna de volgende stappen:

▪ Herhaal of parafraseer de vraag kort om te checken of je ‘m goed begrepen hebt.

▪ Geef daadwerkelijk antwoord op de vraag voordat je iets toevoegt; wijk niet uit naar een ander onderwerp.

▪ Leidt een vraag af van je onderwerp, beantwoord hem dan kort en keer daarna expliciet terug naar je kernboodschap.

▪ Zorg dat er niet teveel vragen komen waardoor de boodschap van jouw eigen verhaal ondersneeuwt. Hou de regie ook tijdens het vragen moment. Je kunt dit doen zonder bot te zijn door voor de laatste vraag die je wil beantwoorden te zeggen: “nog een laatste vraag.”

Weet je het antwoord niet, zeg dit dan gewoon. Je kunt altijd toevoegen dat je dit gaat opzoeken en er later op terugkomt. Ga niet gokken of iets verzinnen; dat schaadt je geloofwaardigheid meer dan wanneer je gewoon toegeeft dat je iets niet weet.